woensdag 20 juli 2011

Hapje mensenvlees?

Mijn hoofd is nog steeds half in Madagscar dus even een paar grappige feitjes...

  • · Het is de Fransen niet gelukt om tijdens de kolonisatie ziekenhuizen, scholen en een goede infrastructuur te ontwikkelen. Iets waarop ze wel heel duidelijk hun stempel hebben kunnen zetten is de gastronomie. Op elke hoek van de straat wordt stokbrood verkocht en overal zijn kleine restaurantjes met kikkerbilletjes en escargots op het menu.
  • · De mensen in Madagascar zijn erg beleefd, fijn natuurlijk, maar het heeft ook nadelen. Zo kan het zijn dat iemand een uur voor de deur staat te wachten om binnen te komen. De beleefdheid staat iemand niet toe om door aan te kloppen en iemands persoonlijke sfeer te verbreken. Niet kloppen maar wachten tot men je opmerkt is de boodschap…
  • · Diezelfde beleefdheidsregels maken het heel moeilijk om iemand slecht nieuws te vertellen. Dokters blijven daarom vaak tegen beter weten in, beweren dat iemand nog wel beter wordt. Gewoon omdat ze niet mogen vertellen dat iemand op sterven ligt…
  • · In Madagascar mag je nooit groter zijn dan je vader, in elke zin van het woord. Niet langer, geen beter onderwijs, geen groter huis.. Er zijn dus heel wat volwassen mannen die krom lopen, omdat ze anders langer dan hun vader zijn. De enige manier om dit op te lossen is om met je vader in onderhandeling te gaan, als je geluk hebt is hij tevreden met een paar koeien, als je pech hebt moet je wachten tot hij sterft voor je rechtop mag lopen.
  • · Besnijdenisrituelen zijn nooit de prettigste verhalen maar de traditie in Madagascar staat qua luguberheidsgehalte op eenzame hoogte. Een jongentje wordt besneden als hij een jaar of 3 is, om te bewijzen dat hij geaccepteerd is in de familie wordt de vers afgesneden voorhuid in een banaan gestopt en door de grootvader opgegeten. Lekker, hapje mensenvlees…

vrijdag 15 juli 2011

Madagascar, niet in een hokje te stoppen....

Een paar dagen na mijn thuiskomst vanuit Madagaskar zijn mijn hersenen nog altijd in de war. Ze proberen nog altijd om Madagaskar in een woord te vangen, om een passende beschrijving te vinden. Maar ze hebben het moeilijk. De kleurrijke riksja’s, de Indonesisch en Chinees uitziende mensen en de eindeloze rijstvelden deden me geloven dat ik in Azië was. Terwijl Madagaskar op andere momenten onmiskenbaar Afrika is. De stoffige zandwegen, de rode aarde, marktjes met bananen en papaja en donker gekleurde mensen met afro-haar. Heel af en toe waande ik me, door de ouderwetse renaultjes die overal als taxi rondrijden en door het verse stokbrood dat op elke straathoek verkocht wordt, zelfs in Frankrijk.

Ik denk dat ik dit enorme eiland gewoon in zijn waarde moet laten en accepteren dat de boeiende mix van volkeren, culturen en landschappen niet in een hokje te stoppen is. Madagaskar is een uniek land, dat onder invloed van vele landen en volken een eigen identiteit ontwikkeld heeft, onvergelijkbaar met enig ander land in de wereld.

De hoofdstad Antananarivo, is een stad als geen ander. Haar hoge, smalle huisjes, gemaakt van lokaal geproduceerde bakstenen en vaak geverfd in felle kleuren, zijn gebouwd op 12 steile heuvels. Smalle natuurstenen straatjes, eindeloos steile trappen en talloze steegjes vormen samen een doolhof waarin het een feest is om te verdwalen. ‘Tana’ is haast een prentenboek waarin houten balkonnetjes, mooie luiken, uitbundig bloeiende bloemen en kleurrijke mensen de hoofdrol spelen. Elke hoek die je om gaat herbergt een nieuwe verassing en bovenaan iedere trap is een betoverend uitzicht. Het grootste deel van de tijd hebben we doorgebracht in Mahajanga, een havenstadje aan de Indische oceaan. Een brede promenade om over te paraderen, uitgestrekte stranden met palmbomen waar slimme verkopers je verse kokosmelk verkopen, grote koloniale huizen en overal fruitmarkten. Een ideale vakantiebestemming.

De keerzijde van dit verhaal is dat dit betoverend mooie eiland een van de armste landen ter wereld is. En dat is overal te merken. Voor een van onze hotels was iedere dag een meisje van een jaar of vier dat in een groezelig jurkje, met haar babyzusje in haar armen, om geld bedelde. Haar duidelijk nog jonge moeder stond haar op een afstandje aan te moedigen. Waarschijnlijk zou zal ze nooit naar school gaan, het enige wat ze geleerd had was om met een pruillipje haar hand op te houden in de hoop dat iemand haar wat zou geven. En ze was een van de velen. In een van de sloppenwijken bezochten we een kerk, die onze kerk had helpen bouwen. Overal hing de penetrante geur van het open riool en het was schokkend om te zien hoe jonge kinderen in het rioolwater aan het spelen waren, tot hun knietjes in de uitwerpselen van anderen. We bezochten vele klinieken en ziekenhuisjes en de kwaliteit daarvan was om te huilen. Vies, zonder elektriciteit of stromend water en onderbemand. Een van de momenten die ik nooit zal vergeten was toen ik een van de verloskundigen vroeg of ik de verloskamer mocht zien. Ze ging de sleutel zoeken en kwam een half uur later terug met de mededeling dat ze hem niet kon vinden. Ik vroeg haar wat ze zou doen als ik nu weeën had en op het punt stond om te bevallen. Laconiek deelde ze me mee dat ik dan maar op de stoep moest bevallen, dat gebeurde zo vaak.

Het doel van onze reis was om Madagaskar als land te leren kennen en om te kijken hoe onze kerk in de toekomst (medische) teams kan sturen om gericht hulp te verlenen. De nood was overweldigend, overal hadden mensen hulp nodig, maar het leek ook veelbelovend. We hebben een handvol prachtige mensen ontmoet. Mensen die met weinig veel proberen te doen. Mensen die niet hun hand ophielden en ons als wandelende goudmijn zagen maar mensen die vol trots hun kliniek, school of bedrijfje lieten zien. En dat zijn de mensen waarmee we willen samenwerken, mensen die geen problemen maar uitdagingen zien. Mensen die niet bij de pakken neer zijn gaan zitten maar die zelf al begonnen zijn en gewoon een duwtje in de rug nodig hebben. Onze hoop is dat we een team van ergo,- en fysiotherapeuten kunnen sturen naar een school voor lichamelijk gehandicapte kinderen. Om de onderwijzers en verzorgers te trainen in goede behandelmethoden. We willen de directeur van een ziekenhuis helpen bij het opzetten van een mobiele kliniek, waarmee hij moeilijk bereikbare dorpjes op marktdagen kan bezoeken om patiënten, die anders geen medische hulp zouden kunnen krijgen te kunnen behandelen. We willen diezelfde directeur ook helpen met het verbeteren van de infrastructuur in zijn eigen ziekenhuis zodat er een betere hygiëne en efficiëntie zal zijn. We willen een organisatie die traditionele vroedrouwen traint helpen om de training te verbeteren. En als laatste willen we een organisatie die verpleegkundigen en verloskundigen uitzend naar vissersdorpen aan de kust die alleen per boot bereikbaar zijn, helpen met goede training en protocollen om de zorg te verbeteren.

Genoeg plannen dus, de uitdaging is nu om dit concreet te maken en om andere mensen net zo enthousiast te maken als wij zodat we als kerk binnen afzienbare tijd terug kunnen gaan om de plannen in uitvoering te brengen. Madagascar is mijn hart binnengeslopen en ik kan alleen maar zeggen Madagascar, misaotra dia misaotra, mandra pihaona! (Madagaskar, heel erg bedankt en tot ziens!)

vrijdag 1 juli 2011

Concentratieproblemen...

Met ons gaat het goed, ik zit met mijn hoofd een beetje in drie werelden. Nog een beetje aan het nagenieten van Nederland, hier in Kaapstad omdat ik hier nu eenmaal ben en deze week gewoon gewerkt heb en eigenlijk ook al een beetje in Madagaskar waar ik vannacht heen vlieg…

We hebben een geweldige tijd in Nederland gehad, leuk om vrienden en familie weer te zien. Leuk om even lekker nederlands te zijn, op de fiets door amsterdam, stroopwafels kopen bij de Albert Heijn en genieten van (en ook erg verward zijn door) het feit dat het tot 11 uur 's avonds licht is.

Ik was van plan om een leuke lange blog te schrijven met allemaal leuke nieuwtjes maar ik kan me gewoon niet concentreren. Mijn hoofd denkt aan alles tegelijk en ik voel me een beetje hyper.

Dus, ik beloof jullie, als ik terug ben van Madagaskar hebben jullie een lange blog met mooie foto’s van me tegoed.

Liefs Anneke

maandag 20 juni 2011

Onverwachts bezoek...

De hele familie bij elkaar, een zeldzaam momentje.... Mijn ouders waren afgelopen week 25 jaar getrouwd en hadden daarvoor een feestje georganiseerd. Leuk natuurlijk, maar ze vonden het heel erg dat wij er niet bij konden zijn. De ochtend voor het feestje had ik ze nog aan de telefoon en mijn moeder vertelde nog hoe erg ze het vond maar dat er ' toch niets aan te doen was'. Wat zij niet wist was dat wij de dag ervoor al van het vliegveld gehaald waren door mijn oom en tante die ons met alles geholpen hadden... De verassing was dan ook groot toen wij ineens de deur binnen kwamen. Heerlijk om samen dit mooie feest te kunnen vieren en om tijd door te brengen met mijn ouders en broers en zus!
Oom Henk en tante Annie, bedankt!

woensdag 15 juni 2011

Nog lang en gelukkig?

Ik denk dat velen verwachtten, of in ieder geval hoopten, dat deze blog zou gaan over hoe het kindje van D. geboren zou worden en welkom zou zijn. Dat haar vriendje er bij was en dat hij probeerde een goede vader zou zijn. Dat de familie het kindje accepteerde en misschien zelfs dat iemand een grote donatie gedaan had zodat er genoeg geld zou zijn voor kleertjes, luiers en andere baby benodigdheden. Dat we een traantje weg konden pinken als het ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’ geklonken had.

Maar dat schrijven zou de waarheid geen eer aan doen. Helaas niet. D. is terug naar huis gegaan, waar ze het liefste heen wilde. De laatste keer dat ik haar aan de telefoon had was ze op een feestje, ze klonk aangeschoten en zei dat ze gelukkig was. Waarschijnlijk zal haar kindje geboren worden en dezelfde omstandigheden als waarin zij zelf geboren is, zonder vader, met een moeder die nog niet klaar is voor het moederschap. Zoals zoveel van de Zuid Afrikaanse kinderen. Waarschijnlijk zal ze na de bevalling niet meer terug gaan naar school, ze zal voor haar kindje zorgen en over een jaar of twee zal nummer twee op komst zijn. Zoals bij zo veel Zuid Afrikaanse tienermeisjes.

Hebben wij als hulpverleners gefaald? Hadden we haar in Kaapstad moeten houden om er voor te zorgen dat ze haar zwangerschap zonder al te veel problemen doorkwam? Hadden we nog langer met haar moeten vechten, zodat ze uiteindelijk op zou geven en zich schikken in haar lot?

Ik heb D. leren kennen als een bang meisje, dat, hoewel ze wist dat ze zwanger was, het altijd probeerde te ontkennen. Ze wilde er niet mee geconfronteerd worden. Op een dag liep ik met haar door een druk centrum. Uiteraard kwamen we een paar zwangere vrouwen tegen en ik zag dat haar ogen de dikke buiken volgde. Ik vroeg telkens waar ze naar keek, en telkens zei ze dat ze nergens naar keek. Maar haar ogen werden groter en haar gezicht werd als maar banger. Tot ze vroeg ‘ ik krijg toch niet zo’n grote buik?’. Ze dacht nog altijd dat het haar niet zou overkomen, dat hoewel ze zwanger was het niet zó erg zou zijn dat mensen het zouden kunnen zien. Ze voelde zich gevangen in het vluchthuis. Wilde niet geholpen worden want ze vond niet dat ze een probleem had. Kun je zulke meisjes helpen? Moet je zulke meisjes helpen? Kun je zulke meisjes uit hun vertrouwde wereld halen omdat jij denkt dat het beter is?

In onze ogen kwam ze uit een enorm arm gezin, zonder genoeg eten, zonder kansen. Maar dat was waar ze gelukkig was, waar ze uiteindelijk ook terug mocht komen. Oom is bijgedraaid, tante heeft aangeboden om D. te helpen. Is het dan aan ons om te zeggen dat ze beter in Kaapstad kan blijven?

Ik zou willen dat elk verhaal een succesverhaal was. Maar een van de belangrijkste dingen die ik geleerd heb in dit werk is dat er een groot verschil is tussen mijn doelen en mijn verlangens. Het kan niet mijn doel zijn om alle meiden te helpen. De meiden hebben daarin zelf namelijk ook een rol, als ze niet geholpen worden is het afgelopen, heb ik niets meer te doen. Als het mijn doel zou zijn zou ik iedere keer het gevoel hebben dat ik gefaald had. Mijn doel is om de meiden een veilige plek aan te bieden, klaar voor ze te staan en ze een hand geven als ze dat nodig hebben. Mijn verlangen is dat ze die hand aanpakken om de weg te lopen naar een zonniger toekomst. Maar alleen als ze er zelf klaar voor zijn….

zondag 12 juni 2011

Heel veel nieuws....

Yay, ik heb mijn visum! Eindelijk, ik ben weer legaal en hoef niet meer bang te zijn om bij een grens tegengehouden te worden.
Lees hierover, en over een heleboel andere goede, leuke, nieuwe en soms verdrietige dingen in mijn nieuwsbrief.
Heel veel liefs, Anneke

dinsdag 7 juni 2011

Een bootje op de zee....

Deel 8 van het verhaal over D. Volgende week de afsluiter...

‘Ik voel me ziek hier, ik zit de hele dag alleen, en ze zorgen niet goed voor mij.’ Dat laatste was niet helemaal waar, de nonnen deden echt wel hun best maar dat kon ze nu maar beter niet tegen Nana zeggen. Ze probeerde haar op alle mogelijke manieren duidelijk te maken dat ze met haar mee terug naar huis wilde. Nana had de urenlange reis vanuit hun eigen dorpje naar de Kaap gemaakt om te kijken hoe het met haar ging want de non had aan haar aan de telefoon verteld dat het niet zo goed ging. Ze vond zelf dat dat nogal zacht uitgedrukt was. Als ze hier nog een dag langer moest blijven zouden de nonnen en de andere meiden haar achterkant te zien krijgen, en ze vermoedde dat ze met die kant liever geen kennis wilden maken. Maar Nana leek niet overtuigd. D. zag aan haar gezicht dat ze het niet zag zitten om haar weer mee naar huis te nemen. Niet nadat ze in het dorp de roddelvuur over de zwangerschap van haar nichtje gedoofd had door te zeggen dat ze hun nichtje naar kostschool gestuurd hadden omdat dat beter was voor haar toekomst. Niet nadat haar man haar duidelijk gemaakt had dat ‘dat kleine hoertje’ zijn huis niet meer binnen zou komen. Nana zag ook wel dat haar nichtje niet gelukkig was. Maar zou ze thuis wel gelukkig zijn? In het kleine dorp waar de meeste mensen hun dagen doorbrachten met roddelen en drinken? Het dorp waar de priester heer en meester was en waar ze niet meer welkom was in de bijbelklas? Ze besloot haar laatste troef te spelen en vertelde dat Andre, de vader van de baby, in de gevangenis zat. De politie had lucht gekregen van de zwangerschap en hem in de gevangenis gezet. Nana vermoedde dat de zwangerschap niet de enige reden was, er was geen man in het dorp die niet schuldig was aan het illegaal brouwen van bier en het uitzetten van strikken om wild te vangen. De politie zette de mannen maar wat graag voor een paar weken achter slot en grendel om de dorpelingen duidelijk te maken dat, hoewel het vaak anders leek, zij nog altijd de baas waren. Nana had gehoopt dat dit nieuws haar nichtje zou ontmoedigen om terug te gaan, maar het tegendeel bewees zich. D. werd furieus en schreeuwde dat het geen verkrachting geweest was, dat de politie veel te snel actie ondernomen had en dat ze op zijn minst haar hadden moeten vragen wat het verhaal was. Ze wilde nu nog liever terug naar huis om te zorgen dat Andre weer vrij zou komen zodat ze samen een gezin kunnen beginnen. Zijn reactie op haar zwangerschap had ze, na er veel over na te denken, afgedaan als een vergissing van zijn kant. Hij had er vast ook spijt van en wachtte waarschijnlijk met pijn in zijn hart op haar terugkeer , op de hereniging met zijn prinses. ..

Ze had nog heel tranen moeten huilen en heel wat halve waarheden moeten vertellen voordat Nana overtuigd geweest was. Maar ze had het dan toch voor elkaar gekregen. Een paar dagen later zat ze samen met Nana in de bus op weg naar huis. Het had haar niet veel tijd gekost om haar tas in te pakken, ze had hem nooit helemaal uitgepakt. Ze merkte dat Nana zenuwachtig was, maar dat was ze zelf ook. Hoewel ze niets liever wilde dan naar huis gaan had ze een beetje pijn in haar buik. Ze wist niet goed wat haar te wachten zou staan. Nu was haar zwangerschap nog niet goed te zien, en bovendien kwam de winter er aan waardoor het gemakkelijk zou zijn om haar langzaam groeiende buik te verbergen. Maar daarna? Als het kindje er zou zijn, hoe moest ze er voor zorgen? Wat zouden de mensen zeggen. Iedereen in het dorp zou over haar praten. Angst overviel haar, misschien had ze toch in Kaapstad moeten blijven. In de miljoenenstad waar niemand haar kende. Waar niemand opmerkingen over haar zwangerschap maakte.

Het voelde alsof ze een klein bootje op de grote oceaan was. De wind en de golven duwden haar voort, iedere keer in een andere richting. Het maakte niet uit hoe lang het duurde, hoe ver ze voer, het land leek niet in zicht te komen. Het leven overkwam haar, en ze was de controle over het stuurwiel al lang geleden verloren…

maandag 30 mei 2011

Wie is Justin Bieber...?

Deel 7 van het verhaal over D. Het begint langer te worden dan ik zelf verwacht had.

Er zou een nieuw meisje komen, een vriendin voor haar. Een meisje dat maar een jaartje ouder was en dat bovendien Afrikaans sprak. Haar naam was Tamryn. Ze was net zo lang zwanger als haar en zou dus net zo lang blijven. Toen de zuster dit vertelde had haar hart een sprongetje gemaakt. Als er een ander meisje zou komen om mee te spelen zou het misschien nog wel meevallen. Voor het eerst sinds haar verblijf in de Kaap had ze een hele dag niet gehuild. Ze had haar kamer netjes opgeruimd en het bed tegenover het hare, dat tot nou toe altijd leeg geweest was mooi opgemaakt. Ze had de grootste knuffelbeer die ze kon vinden op het kussen gelegd en een klein welkomstbriefje geschreven. Ze had haast niet kunnen eten van opwinding. De andere meiden moesten om haar lachen maar het kon haar niets schelen.

De deur ging open en uit het schemer van de gang kwam een meisje met veel make-up op, ze leek ouder dan ze zou moeten zijn. Ze had een strak kort truitje en een heel kort rokje aan. Ze keek brutaal om zich heen en ging zonder zich voor te stellen op de bank zitten. ‘Zo’ zei ze, ‘jullie zijn dus de andere meiden die net zo stom waren als ik.’ De andere meiden begonnen te lachen en stelden zich aan Tamryn voor. Ze drukte zich tegen de bank aan en probeerde zichzelf onzichtbaar te maken. Dit meisje leek veel ouder en meer ervaren dan haar. Ze voelde zich onzeker maar toch stak ze haar hand uit. ‘Ik ben D….’. Het meisje begon te lachen, ‘ jij bent dus dat kind dat zwanger was, de non zei het al. Je bent net zo lang zwanger als ik, of niet? Zeg, wanneer heb jij seks gehad, was het nog dit jaar of vorig jaar? Bij mij was het met oud en nieuw. ‘ Ze voelde dat ze begon te blozen, ze wilde die vraag niet beantwoorden. Maar het nieuwe meisje bleef erover doorzeuren. ‘Zeg het dan? Het was toch lekker of niet? Of heb je het veel vaker gedaan? Dan had je natuurlijk kunnen weten dat je zwanger zou worden.’ Ze klemde haar kaken op elkaar. Alle hoop op een nieuwe vriendin was met die vraag de grond in geboord. Dit was een meisje was de straat, het soort meisje waar Nana haar altijd voor waarschuwde. Dit meisje zou een slechte invloed op haar hebben. Ze was al zwanger, dus veel slechter kon het niet worden, maar ze dacht toch dat het beter was om bij het Tamryn uit de buurt te blijven. Een van de nonnen kwam binnen en vroeg haar of ze het nieuwe meisje de weg naar haar kamer wilde wijzen. Eigenlijk wilde ze niet maar ze voelde dat ze geen keuze had. Schaapachtig gebaarde ze dat Tamryn mee moest komen. Toen ze in de kamer kwamen griste ze snel het welkomstbriefje weg. Ze wilde niet kinderachtig lijken met haar getekende hartjes en bloemetjes. Tamryn begon te lachen toen ze de grote beer zag. ‘ Dat hebben die nonnen daar zeker neergezet, alsof ik een kind ben. Ze konden beter een mooie poster van Justin Bieber voor me ophangen. Wat moet ik nu met een beer.’ Ze had geen flauw idee wie Justin Bieber was maar het leek haar maar beter om te knikken om niet te laten merken dat zij die beer daar had neergezet.

’s Avonds in bed kon ze niet slapen, ze draaide en staarde naar het plafon. Ze keek naar Jezus in het schilderij tegenover haar bed en bad dat hij haar vannacht zou komen halen. Naar huis gaan mocht ze niet meer, en bij de nonnen blijven, die wel voor haar wilde zorgen, wilde ze niet. Ze was bang voor de toekomst en het leek haar beter als er voor haar geen toekomst meer zou zijn. Dan was voor iedereen een probleem uit de weg geholpen. Wat ze niet wist was dat de non die de leiding had over het huis die nacht ook niet kon slapen. Ze lag te piekeren en vroeg zich af of ze er goed aan deden D. in Kaapstad te houden. Ze had zo gehoopt dat Tamryn een vriendin zou kunnen zijn voor D, maar ze had gelijk gezien dat de meisjes te verschillend waren. Ze besloot om de volgende dag Nana te bellen om met haar te overleggen wat het beste was en viel in slaap….

PS: de titel is uiteraard om te testen of het gebruik van dergelijke populaire termen zorgt voor een nieuw lezerspubliek...;-)

dinsdag 24 mei 2011

In de Kaap...

Ik hoor dat veel mensen in spanning wachten op het volgende deel.... Dus vandaag deel 6 van het verhaal over D.

Af en toe kwam de non binnen, ze kon zien dat ze haar best deed om opgewekt te zijn. Maar haar blik leek geërgerd en naarmate de dag vorderde werd haar geduld minder. Ze kon niet stoppen. Ze had het niet in zich om zichzelf op te rapen en om iets te doen. Haar hoofd bonkte van de hoofdpijn, haar ogen waren rood en gezwollen en haar neus was geïrriteerd en jeukte. Haar stem was schorgeschreeuwd. Ze lag languit op de grond en huilde. Ze stampte met haar voeten en sloeg haar handen tegen de vloer. Ze wilde niet met de non mee boodschappen doen, ze wilde niet op het zoontje van een van de andere meiden passen, ze wilde niet naar de prenatale les gaan vanavond, en horen over hoe pijnlijk de bevalling zou zijn. Ze wilde niet zwanger zijn, ze wilde terug naar huis en spelen met de andere kinderen, ze wilde dat het weer gewoon zo als vroeger was.

Ze had gedacht dat alles beter zou zijn in de Kaap. Ze was opgewonden geweest toen ze hier kwam. De rit was lang en de zon was heet geweest. Ze had heel vroeg moeten opstaan en ze waren vertokken toen het nog donker was. Het busje zat vol met nonnen en heel veel bagage. Ze waren vaak gestopt in verschillende dorpjes waar nonnen werden afgeladen en anderen in het busje kwamen. Ze had bergen gezien, begroeit met bomen en struiken met mooie bloemen. Eindeloze velden met sinaasappelbomen. Ze kwamen door kleine dorpjes, niet veel meer dan een kerktoren met een paar huizen er om heen, die haar deden denken aan thuis. Ze mistte het, door de straat lopen en iedereen bij naam kennen. Maar ze zou vast snel vrienden maken in de Kaap.

De Kaap was mooi. De Tafelberg had haar hart sneller laten kloppen. Ze had de zee voor het eerst gezien en de chauffeur had gezegd dat ze vast snel een keer zou gaan zwemmen. Ze had nog nooit zo veel auto’s en zo veel mensen bij elkaar gezien. Ze vroeg zich af waar al die mensen woonden en wat ze allemaal deden. Haar vraag werd snel beantwoordt toen ze de stad binnen reden, eindeloze rijen met kantoren en winkels werden afgewisseld door blokken met appartementen en grote vrijstaande huizen. De chauffeur stopte bij een mooi groot huis met een schommel in de tuin. Dat was goed nieuws, dat betekende vast dat er meer kinderen waren. Toen de chauffeur toeterde kwamen er drie nonnen naar buiten gerend om haar te begroeten, ze hadden Afrikaans gepraat en ze was blij geweest, dat kon ze tenminste verstaan.

Maar vanaf dat moment was alles alleen maar bergafwaarts gegaan. De nonnen hadden haar voorgesteld aan de andere meisjes, die allemaal geen Afrikaans konden en bovendien een heel stuk ouder waren. Overdag waren ze aan het werk en ’s avonds zaten ze op de bank te praten. Ze kon ze niet verstaan en in het begin kon het haar niet zo veel schelen, wat had ze nou gemeen met die meisjes? De eerste dagen had ze het nog leuk gevonden om voor het kindje van een van de meiden te zorgen als de moeder aan het werk was. Maar nadat ze zich realiseerde dat ze zelf zwanger was en over een paar maand net zo’n baby zou hebben kreeg ze steeds meer een afkeer van het jochie. Vooral als hij huilde werd ze bang. Ze voelde zich dan driftig worden en rende snel naar haar kamer om het gekrijs maar niet te horen. Steeds vaker trok ze zich terug, dacht ze aan thuis. Steeds vaker brandden de tranen achter haar ogen. Ze wilde niet meer eten. Zat soms hele dagen op de schommel, een beetje voor zich uit te kijken. De zusters probeerden haar op te vrolijken en betrokken haar in alles wat ze deden. Ze probeerden activiteiten voor haar te organiseren, iemand kwam om haar engelse les te geven, een van de zusters leerde haar haken en de andere wilde koekjes met haar bakken. Maar het kon haar allemaal niets schelen. Het enige dat ze wilde was terug naar huis gaan….

vrijdag 20 mei 2011

Creatief campagne voeren...

Ik had geschreven dat dit geen politieke blog zou zijn, maar er moeten toch enkele dingen vermeld worden aangezien Afrikaanse democratie een beetje anders werkt als wat ik gewend ben, en ik me afvraag of het altijd wel echt een democratie is. En omdat sommige dingen die hier gebeuren gewoon een beetje lachwekkend zijn, als het niet echt waar was.
De ANC is de grootste partij hier in het land. Het is de partij van president Zuma, maar ook de partij van Nelson Mandela. En daar maken ze nu gruwelijk misbruik van. Voor de gemeenteraadsverkiezingen heeft Zuma de mensen op het hart gedrukt dat Mandela zou komen te overlijden als ze niet voor de ANC zouden stemmen, en uiteraard wil niemand schuldig zijn aan de dood van Mandela. Veel mensen zeggen ook dat ze nu nog op de ANC stemmen, uit eerbetoon voor hem, maar dat ze, zodra hij overleden is dat niet meer zullen doen want eigenlijk maakt de ANC er een potje van. Verder heeft Zuma de mensen meegedeeld dat de voorvaderen, die hier enorm belangrijk zijn, niet alleen teleurgesteld zullen zijn als de mensen niet voor ANC zouden stemmen maar dat ze zelfs met straffen zouden komen. En als dat de mensen nog niet genoeg zou overtuigen voegde hij er als laatste aan toe dat je sowieso naar de hemel gaat als je op hen stemt. Dat is nog eens een creatieve manier van campagne voeren.

Ik wens jullie allemaal een heel fijn weekend.
En als afsluiter, een van de meest trouwe lezers van mijn blog is jarig, gefeliciteerd Cleo!

Dit vind je misschien ook wel leuk...

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...