Je wordt automatisch doorgestuurd naar mijn nieuwe blog over 10 seconden, mijn excuses voor het ongemak
zondag 12 juni 2011
Heel veel nieuws....
dinsdag 7 juni 2011
Een bootje op de zee....
Deel 8 van het verhaal over D. Volgende week de afsluiter...
‘Ik voel me ziek hier, ik zit de hele dag alleen, en ze zorgen niet goed voor mij.’ Dat laatste was niet helemaal waar, de nonnen deden echt wel hun best maar dat kon ze nu maar beter niet tegen Nana zeggen. Ze probeerde haar op alle mogelijke manieren duidelijk te maken dat ze met haar mee terug naar huis wilde. Nana had de urenlange reis vanuit hun eigen dorpje naar de Kaap gemaakt om te kijken hoe het met haar ging want de non had aan haar aan de telefoon verteld dat het niet zo goed ging. Ze vond zelf dat dat nogal zacht uitgedrukt was. Als ze hier nog een dag langer moest blijven zouden de nonnen en de andere meiden haar achterkant te zien krijgen, en ze vermoedde dat ze met die kant liever geen kennis wilden maken. Maar Nana leek niet overtuigd. D. zag aan haar gezicht dat ze het niet zag zitten om haar weer mee naar huis te nemen. Niet nadat ze in het dorp de roddelvuur over de zwangerschap van haar nichtje gedoofd had door te zeggen dat ze hun nichtje naar kostschool gestuurd hadden omdat dat beter was voor haar toekomst. Niet nadat haar man haar duidelijk gemaakt had dat ‘dat kleine hoertje’ zijn huis niet meer binnen zou komen. Nana zag ook wel dat haar nichtje niet gelukkig was. Maar zou ze thuis wel gelukkig zijn? In het kleine dorp waar de meeste mensen hun dagen doorbrachten met roddelen en drinken? Het dorp waar de priester heer en meester was en waar ze niet meer welkom was in de bijbelklas? Ze besloot haar laatste troef te spelen en vertelde dat Andre, de vader van de baby, in de gevangenis zat. De politie had lucht gekregen van de zwangerschap en hem in de gevangenis gezet. Nana vermoedde dat de zwangerschap niet de enige reden was, er was geen man in het dorp die niet schuldig was aan het illegaal brouwen van bier en het uitzetten van strikken om wild te vangen. De politie zette de mannen maar wat graag voor een paar weken achter slot en grendel om de dorpelingen duidelijk te maken dat, hoewel het vaak anders leek, zij nog altijd de baas waren. Nana had gehoopt dat dit nieuws haar nichtje zou ontmoedigen om terug te gaan, maar het tegendeel bewees zich. D. werd furieus en schreeuwde dat het geen verkrachting geweest was, dat de politie veel te snel actie ondernomen had en dat ze op zijn minst haar hadden moeten vragen wat het verhaal was. Ze wilde nu nog liever terug naar huis om te zorgen dat Andre weer vrij zou komen zodat ze samen een gezin kunnen beginnen. Zijn reactie op haar zwangerschap had ze, na er veel over na te denken, afgedaan als een vergissing van zijn kant. Hij had er vast ook spijt van en wachtte waarschijnlijk met pijn in zijn hart op haar terugkeer , op de hereniging met zijn prinses. ..
Ze had nog heel tranen moeten huilen en heel wat halve waarheden moeten vertellen voordat Nana overtuigd geweest was. Maar ze had het dan toch voor elkaar gekregen. Een paar dagen later zat ze samen met Nana in de bus op weg naar huis. Het had haar niet veel tijd gekost om haar tas in te pakken, ze had hem nooit helemaal uitgepakt. Ze merkte dat Nana zenuwachtig was, maar dat was ze zelf ook. Hoewel ze niets liever wilde dan naar huis gaan had ze een beetje pijn in haar buik. Ze wist niet goed wat haar te wachten zou staan. Nu was haar zwangerschap nog niet goed te zien, en bovendien kwam de winter er aan waardoor het gemakkelijk zou zijn om haar langzaam groeiende buik te verbergen. Maar daarna? Als het kindje er zou zijn, hoe moest ze er voor zorgen? Wat zouden de mensen zeggen. Iedereen in het dorp zou over haar praten. Angst overviel haar, misschien had ze toch in Kaapstad moeten blijven. In de miljoenenstad waar niemand haar kende. Waar niemand opmerkingen over haar zwangerschap maakte.
Het voelde alsof ze een klein bootje op de grote oceaan was. De wind en de golven duwden haar voort, iedere keer in een andere richting. Het maakte niet uit hoe lang het duurde, hoe ver ze voer, het land leek niet in zicht te komen. Het leven overkwam haar, en ze was de controle over het stuurwiel al lang geleden verloren…
maandag 30 mei 2011
Wie is Justin Bieber...?
Deel 7 van het verhaal over D. Het begint langer te worden dan ik zelf verwacht had.
Er zou een nieuw meisje komen, een vriendin voor haar. Een meisje dat maar een jaartje ouder was en dat bovendien Afrikaans sprak. Haar naam was Tamryn. Ze was net zo lang zwanger als haar en zou dus net zo lang blijven. Toen de zuster dit vertelde had haar hart een sprongetje gemaakt. Als er een ander meisje zou komen om mee te spelen zou het misschien nog wel meevallen. Voor het eerst sinds haar verblijf in de Kaap had ze een hele dag niet gehuild. Ze had haar kamer netjes opgeruimd en het bed tegenover het hare, dat tot nou toe altijd leeg geweest was mooi opgemaakt. Ze had de grootste knuffelbeer die ze kon vinden op het kussen gelegd en een klein welkomstbriefje geschreven. Ze had haast niet kunnen eten van opwinding. De andere meiden moesten om haar lachen maar het kon haar niets schelen.
De deur ging open en uit het schemer van de gang kwam een meisje met veel make-up op, ze leek ouder dan ze zou moeten zijn. Ze had een strak kort truitje en een heel kort rokje aan. Ze keek brutaal om zich heen en ging zonder zich voor te stellen op de bank zitten. ‘Zo’ zei ze, ‘jullie zijn dus de andere meiden die net zo stom waren als ik.’ De andere meiden begonnen te lachen en stelden zich aan Tamryn voor. Ze drukte zich tegen de bank aan en probeerde zichzelf onzichtbaar te maken. Dit meisje leek veel ouder en meer ervaren dan haar. Ze voelde zich onzeker maar toch stak ze haar hand uit. ‘Ik ben D….’. Het meisje begon te lachen, ‘ jij bent dus dat kind dat zwanger was, de non zei het al. Je bent net zo lang zwanger als ik, of niet? Zeg, wanneer heb jij seks gehad, was het nog dit jaar of vorig jaar? Bij mij was het met oud en nieuw. ‘ Ze voelde dat ze begon te blozen, ze wilde die vraag niet beantwoorden. Maar het nieuwe meisje bleef erover doorzeuren. ‘Zeg het dan? Het was toch lekker of niet? Of heb je het veel vaker gedaan? Dan had je natuurlijk kunnen weten dat je zwanger zou worden.’ Ze klemde haar kaken op elkaar. Alle hoop op een nieuwe vriendin was met die vraag de grond in geboord. Dit was een meisje was de straat, het soort meisje waar Nana haar altijd voor waarschuwde. Dit meisje zou een slechte invloed op haar hebben. Ze was al zwanger, dus veel slechter kon het niet worden, maar ze dacht toch dat het beter was om bij het Tamryn uit de buurt te blijven. Een van de nonnen kwam binnen en vroeg haar of ze het nieuwe meisje de weg naar haar kamer wilde wijzen. Eigenlijk wilde ze niet maar ze voelde dat ze geen keuze had. Schaapachtig gebaarde ze dat Tamryn mee moest komen. Toen ze in de kamer kwamen griste ze snel het welkomstbriefje weg. Ze wilde niet kinderachtig lijken met haar getekende hartjes en bloemetjes. Tamryn begon te lachen toen ze de grote beer zag. ‘ Dat hebben die nonnen daar zeker neergezet, alsof ik een kind ben. Ze konden beter een mooie poster van Justin Bieber voor me ophangen. Wat moet ik nu met een beer.’ Ze had geen flauw idee wie Justin Bieber was maar het leek haar maar beter om te knikken om niet te laten merken dat zij die beer daar had neergezet.
’s Avonds in bed kon ze niet slapen, ze draaide en staarde naar het plafon. Ze keek naar Jezus in het schilderij tegenover haar bed en bad dat hij haar vannacht zou komen halen. Naar huis gaan mocht ze niet meer, en bij de nonnen blijven, die wel voor haar wilde zorgen, wilde ze niet. Ze was bang voor de toekomst en het leek haar beter als er voor haar geen toekomst meer zou zijn. Dan was voor iedereen een probleem uit de weg geholpen. Wat ze niet wist was dat de non die de leiding had over het huis die nacht ook niet kon slapen. Ze lag te piekeren en vroeg zich af of ze er goed aan deden D. in Kaapstad te houden. Ze had zo gehoopt dat Tamryn een vriendin zou kunnen zijn voor D, maar ze had gelijk gezien dat de meisjes te verschillend waren. Ze besloot om de volgende dag Nana te bellen om met haar te overleggen wat het beste was en viel in slaap….
PS: de titel is uiteraard om te testen of het gebruik van dergelijke populaire termen zorgt voor een nieuw lezerspubliek...;-)
dinsdag 24 mei 2011
In de Kaap...
Ik hoor dat veel mensen in spanning wachten op het volgende deel.... Dus vandaag deel 6 van het verhaal over D.
Af en toe kwam de non binnen, ze kon zien dat ze haar best deed om opgewekt te zijn. Maar haar blik leek geërgerd en naarmate de dag vorderde werd haar geduld minder. Ze kon niet stoppen. Ze had het niet in zich om zichzelf op te rapen en om iets te doen. Haar hoofd bonkte van de hoofdpijn, haar ogen waren rood en gezwollen en haar neus was geïrriteerd en jeukte. Haar stem was schorgeschreeuwd. Ze lag languit op de grond en huilde. Ze stampte met haar voeten en sloeg haar handen tegen de vloer. Ze wilde niet met de non mee boodschappen doen, ze wilde niet op het zoontje van een van de andere meiden passen, ze wilde niet naar de prenatale les gaan vanavond, en horen over hoe pijnlijk de bevalling zou zijn. Ze wilde niet zwanger zijn, ze wilde terug naar huis en spelen met de andere kinderen, ze wilde dat het weer gewoon zo als vroeger was.
Ze had gedacht dat alles beter zou zijn in de Kaap. Ze was opgewonden geweest toen ze hier kwam. De rit was lang en de zon was heet geweest. Ze had heel vroeg moeten opstaan en ze waren vertokken toen het nog donker was. Het busje zat vol met nonnen en heel veel bagage. Ze waren vaak gestopt in verschillende dorpjes waar nonnen werden afgeladen en anderen in het busje kwamen. Ze had bergen gezien, begroeit met bomen en struiken met mooie bloemen. Eindeloze velden met sinaasappelbomen. Ze kwamen door kleine dorpjes, niet veel meer dan een kerktoren met een paar huizen er om heen, die haar deden denken aan thuis. Ze mistte het, door de straat lopen en iedereen bij naam kennen. Maar ze zou vast snel vrienden maken in de Kaap.
De Kaap was mooi. De Tafelberg had haar hart sneller laten kloppen. Ze had de zee voor het eerst gezien en de chauffeur had gezegd dat ze vast snel een keer zou gaan zwemmen. Ze had nog nooit zo veel auto’s en zo veel mensen bij elkaar gezien. Ze vroeg zich af waar al die mensen woonden en wat ze allemaal deden. Haar vraag werd snel beantwoordt toen ze de stad binnen reden, eindeloze rijen met kantoren en winkels werden afgewisseld door blokken met appartementen en grote vrijstaande huizen. De chauffeur stopte bij een mooi groot huis met een schommel in de tuin. Dat was goed nieuws, dat betekende vast dat er meer kinderen waren. Toen de chauffeur toeterde kwamen er drie nonnen naar buiten gerend om haar te begroeten, ze hadden Afrikaans gepraat en ze was blij geweest, dat kon ze tenminste verstaan.
Maar vanaf dat moment was alles alleen maar bergafwaarts gegaan. De nonnen hadden haar voorgesteld aan de andere meisjes, die allemaal geen Afrikaans konden en bovendien een heel stuk ouder waren. Overdag waren ze aan het werk en ’s avonds zaten ze op de bank te praten. Ze kon ze niet verstaan en in het begin kon het haar niet zo veel schelen, wat had ze nou gemeen met die meisjes? De eerste dagen had ze het nog leuk gevonden om voor het kindje van een van de meiden te zorgen als de moeder aan het werk was. Maar nadat ze zich realiseerde dat ze zelf zwanger was en over een paar maand net zo’n baby zou hebben kreeg ze steeds meer een afkeer van het jochie. Vooral als hij huilde werd ze bang. Ze voelde zich dan driftig worden en rende snel naar haar kamer om het gekrijs maar niet te horen. Steeds vaker trok ze zich terug, dacht ze aan thuis. Steeds vaker brandden de tranen achter haar ogen. Ze wilde niet meer eten. Zat soms hele dagen op de schommel, een beetje voor zich uit te kijken. De zusters probeerden haar op te vrolijken en betrokken haar in alles wat ze deden. Ze probeerden activiteiten voor haar te organiseren, iemand kwam om haar engelse les te geven, een van de zusters leerde haar haken en de andere wilde koekjes met haar bakken. Maar het kon haar allemaal niets schelen. Het enige dat ze wilde was terug naar huis gaan….
vrijdag 20 mei 2011
Creatief campagne voeren...
woensdag 18 mei 2011
De vrijheid die democratie brengt...
maandag 16 mei 2011
In het klooster...
De gangen waren lang en hoog. In elke hoek stond een beeldje, vaak in gezelschap van een kaars en een tegeltje met een Bijbelspreuk. Hoewel de zon buiten de aarde deed verdorren was het binnen koel. Toen ze binnen stapte hadden haar ogen moeten wennen aan het schemerige licht, haar lichaam had onwillekeurig gerild van de kou. Ze hadden haar naar een kamer gebracht waar behalve een bed, een kast en een bureau met een stoel niets stond. Boven haar bed hing een kruis. Op het bureau lag een oude bijbel. Ze had hem doorgebladerd maar hij was in het Engels. Dat kon ze niet lezen. De nonnen hadden haar gezegd dat ze maar wat moest rusten. Als de bel ging was het lunchtijd, dan moest ze de andere nonnen volgen naar de eetzaal. Ze wilde eigenlijk niet rusten, maar ze durfde ook nier zo goed haar kamer uit te gaan want ze was bang dat ze de bel niet zou horen dus ze ging maar op haar bed zitten. Aan de muur tegenover haar bed hing een vergeeld schilderij van Jezus. Hij had een mooie gouden krans om zijn hoofd. Het leek alsof hij haar aan keek met zijn grote ogen. Ze wilde met hem praten maar ze wist niet wat ze moest zeggen. Hoewel ze er op zat te wachten maakte het snerpende geluid van de bel haar aan het schrikken. Ze had niet verwacht dat het zo luid zou zijn. Ze opende haar deur en zag twee nonnen voorbij komen die druk aan het praten waren en haar niet leken op te merken. Overal kwamen nonnen vandaan, gekleed in smetteloos wit. Een beetje verlegen volgde ze ze. De eetzaal was een grote, hoge zaal. Lichter dan de rest van het klooster. De zon scheen door de glas in lood ramen en wierp prachtig gekleurde schaduwen op de muren. Het gonsde en zoemde door het gelach en gepraat van vele tientallen vrouwen. In de hoek stonden grote pannen en de geur van stampmielies en vlees drong haar neus binnen. Opnieuw werd ze overspoeld door een golf van misselijkheid. Ze zag de non die haar naar haar kamer gebracht had, ze zat aan de lange tafel samen met een paar andere nonnen. Iemand had blijkbaar een grap verteld want de wangen waren rood aangelopen van het lachen en een oudere gezette non depte met haar servet tranen van haar wangen terwijl ze het uitschaterde. Plotseling merkte de non haar op. Ze zwaaide en wenkte dat ze moest komen. De nonnen schoven uit elkaar en maakten een plekje op de bank vrij. Er stond al een groot bord met eten voor haar klaar. Opnieuw kwam de misselijkheid naar boven en deze keer kon ze het niet stoppen, ze probeerde nog om weg te komen maar ze zat klem tussen de gezette heupen aan beide kanten. Haar ontbijt landde op de grond en in het spierwitte schort van de vriendelijke non en ze voelde hoe haar wangen rood werden. Ze durfde niet op te kijken. Ze voelde hoe iemand haar optilde, een koude vochtige doek werd langs haar lippen en voorhoofd gehaald en iemand gooide een emmer water over de vloer om alles schoon te maken. Zachte stemmen leken uit de verte te klinken en toen ze haar op grond legden en ze haar ogen opende zag ze boven haar de hoofden van vijf bezorgd glimlachende nonnen. Ze sloot haar ogen weer, en hoorde hoe ze over haar praatten. ‘Ze kan hier niet blijven, hoe moeten we voor haar zorgen.’ ‘ Nu is het nog de misselijkheid, maar wat doen we als ze een kind krijgt?’ ‘Het is zelf nog een kind, hier is helemaal niemand voor haar om mee te spelen.’
Ze bleef nog een week. De dagen waren lang en het ononderbroken ritme maakte haar moe. Meestal lag ze op haar bed of zat ze buiten op de stoep te kijken naar de bedrijvigheid. Iedereen had zijn eigen taak. De nonnen leken gelukkig, ze zongen, glimlachten, sloegen hun kruisjes en zeiden trouw hun dankgebeden op. Ze zorgden goed voor haar. Haar bed was stug maar comfortabel. Het eten was simpel maar lekker. Na die eerste keer hoefde ze niet meer over te geven maar ze bleef zich schamen en vond de tijden dat ze moest eten de vreselijkste momenten van de dag. Er waren geen andere kinderen en ze mistte het spelen met de kinderen uit haar buurt. Na een week werd haar meegedeeld dat ze haar tas moest inpakken want de volgende morgen zou ze samen met een paar andere nonnen met de bus naar Kaapstad gaan. Daar was een huis voor meisjes zoals haar. Meisjes die zwanger waren en dat liever niet wilden. Er zou goed voor haar gezorgd worden. Ze voelde een lichte opwinding in haar buik. Meisjes zoals haar, meisjes waarmee ze zou kunnen spelen. En dan in Kaapstad nog wel. De kinderen in haar school zouden het niet geloven als ze dat zou vertellen. Niemand van hem was in de Kaap geweest. Je moest de hele dag rijden. De meester had foto’s laten zien van de Tafelberg en de vele hoge gebouwen. Dat zou ze nu allemaal in het echt zien!
dinsdag 10 mei 2011
Stank voor dank...
Deel 4 van het verhaal over D. Klik hier voor deel 1, hier voor deel 2 en hier voor deel 3.
Ze lag in bed. Uiteindelijk had Nana het verteld. Oom had geschreeuwd. Eerst tegen Nana. Dat ze beter op haar had moeten passen en dat zij maar voor een oplossing moest zorgen want het was niet zijn probleem. Daarna tegen haar. Volgens hem was ze voor niets goed. Hoe durfde ze zo thuis te komen. Oom en Nana hadden haar opgenomen in hun huis nadat haar eigen ouders spoorloos verdwenen waren. ‘Stank voor dank’, had oom gezegd. ‘Na al het geld dat je ons gekost hebt is het enige wat je kan doen zwanger worden?’ Ze was de kamer uit gegaan omdat ze niet wilde dat oom haar zou zien huilen. Dat zou het allemaal nog erger maken. Haar hand gleed onder haar shirtje en aaide zachtjes haar buik. Ze dacht aan de plaatjes die de vrouwen in de bijbelklas hadden laten zien. Baby’s, nog in de buik van hun moeder, alles was er al, maar ze waren nog te klein om geboren te worden. Dat groeide nu in haar buik. Ze dacht aan het kindje van haar nicht en glimlachte. Baby’s waren lief. Ze rilde toen ze dacht aan wat de vrouw van de garagehouder gezegd had. Ze moest van haar zwangerschap afgeholpen worden zodat niemand het zou weten. Misschien wilde ze dat helemaal niet. Ze kon zich ook niet zo goed voorstellen dat ze een baby zou hebben, maar het zou toch nog heel erg lang duren voor de baby geboren zou worden. Ze wilde niet dat iemand de baby uit haar buik zou halen. Ze herinnerde zich dat de vrouwen in de bijbelklas hen hadden gewaarschuwd, ‘abortus veranderd je in een moordenaar!'Ze wilde geen moordenaar zijn.
Uiteindelijk viel ze in slaap. Ze droomde dat ze het kindje van haar nicht vermoorde, er was veel bloed. En misvormde baby’s renden furieus achter haar aan. Ze werd wakker van een schreeuw en realiseerde zich dat zij het zelf was geweest die schreeuwde, alles voelde klam. Ze voelde dat iemand naar haar keek. Nana zat naast haar matras dat op de grond lag en huilde. ‘Meisje, meisje’, zei ze. ‘Wat moeten we doen. ‘ Haar lip bloedde. Ze vermoedde dat oom zijn handen weer eens niet thuis had kunnen houden en ze voelde zich schuldig. Hij had Nana geslagen om haar. Ze ging rechtop zitten en Nana sloeg haar armen om haar heen. Ze zocht naar woorden, het was moeilijk om te praten. ‘Meisje’, zei ze uiteindelijk,’ Je bent nog zo jong, en ik weet niet of we er goed aan doen maar ik denk niet dat we je een abortus moeten laten doen. We hebben er sowieso het geld niet voor. Oom zei dat ik je maar een schop in de buik moest geven, of iets moest doen met naalden, zijn zus had ooit hetzelfde probleem en zijn moeder had haar landbouwgif gegeven, het hielp maar daarna is ze nooit meer dezelfde geweest. Ik wil je dat niet aandoen, je bent nog zo jong.’ Nana streelde haar haar, kuste haar op het voorhoofd en wiegde haar zachtjes heen en weer. ‘We vinden wel een oplossing.’
Ze werd wakker van het felle zonlicht dat door de open deur kwam. De zon kwam net op. In het licht zag ze het silhouet van Nana, ze was bezig met het inpakken van een koffer. Haar hoofd voelde zwaar van het huilen en haar kussen was nog nat. Ze wilde doen alsof ze nog sliep, alsof gisteren een droom was en ze vandaag weer gewoon naar school ging. Nana had al gezien dat ze wakker was. ‘Je gaat naar het klooster,’ zei ze. ‘Ik heb de priester gebeld en hij heeft een plekje voor je geregeld. De nonnen zullen voor je zorgen…